Blog

  • Ik werk juist best vaak gratis

    Photo by Steve Harvey on Unsplash

    Je kent ze wel, de artikelen over dat je nooit voor niks moet werken, want wat je doet heeft waarde. Klopt hoor, maar toch doe ik het best vaak. En het werkt supergoed voor me. Noem het vrijwilligerswerk, wederkerigheid of investeren in de toekomst. Ik leg graag uit hoe ik dit doe.

    Wantrouw aanvragen voor onbetaald werk

    • “Wij zijn een startup, dus we kunnen je nu niet betalen. Maar zodra we geld verdienen, profiteer jij ook mee.”
    • “Als jij gratis de teksten schrijft voor ons evenement, levert je dat heel veel naamsbekendheid op.”
    • “Ik ken heel veel ondernemers en ik verwijs ze naar jou door als je deze teksten gratis schrijft.”

    Als een nieuwe potentiële klant al met zo’n aanvraag begint, dan gaan de alarmbellen natuurlijk rinkelen. Logisch, want dit is nu typisch een voorbeeld van #tegendebakker.

    Maar dat wil niet zeggen dat ik tegen gratis werk ben. Ik ben immers freelancer, eigen baas. Dan mag ik dus zelf bepalen of en hoeveel ik reken voor mijn diensten.

    Mijn stelling is: ik wil best iets gratis doen, maar dan wel op mijn eigen voorwaarden.

    Kies zelf je gratis klussen

    Als mijn vrienden een tekstje nodig hebben en ik kan ze daar snel en makkelijk mee helpen, dan doe ik dat toch? Ook voor vrijwilligersorganisaties, zoals goede doelen en culturele activiteiten, schrijf ik vaak gratis teksten. Omdat ik vind dat ik dat moet doen. Als ik zo met mijn expertise een steentje bij kan dragen, dan doe ik dat gewoon.

    Maar ook voor betalende klanten doe ik regelmatig dingen gratis. Uit loyaliteit, omdat zij altijd netjes op tijd mijn facturen betalen. En om de goede band die we hebben te benadrukken.

    Zo heb ik bijvoorbeeld een klant die mij een vast aantal uren per week inhuurt. Die uren mag ik zelfs factureren als ik ze niet maak, puur om de ruimte op mijn planning te reserveren. Maar ik kies ervoor om dat niet te doen. In plaats daarvan breng ik alleen in rekening wat ik daadwerkelijk gewerkt heb. Omdat dit de manier is die bij mij past. En omdat ik geloof dat dit de enige manier is om op een goede manier relaties voor de lange termijn aan te gaan.

    En zo verzilver ik die karmapunten

    Mijn klantenportfolio bestaat voor de overgrote meerderheid uit klanten waar ik al lang voor werk. De factuuromschrijving die ik deze maand het vaakst heb gebruikt is ‘juli’. Meer niet. Het vertrouwen komt van beide kanten. Dat komt natuurlijk door heel veel factoren, maar mijn bereidheid om niet voor elke gewerkte minuut een factuur te sturen, draagt daar zeker aan bij.

    Onlangs overkwam me weer eens iets moois op dit gebied. Iemand die ik ken uit ons gezamenlijke muziekverleden is voor zichzelf begonnen en heeft teksten nodig voor zijn website. Daar help ik hem mee, zonder een factuur te sturen. Hij is heel blij met de teksten die ik geschreven heb en liet ze trots aan zijn broer zien. Die heeft me op zijn beurt gevraagd om voor het bedrijf waar hij werkt de teksten te schrijven. En dat is een behoorlijk grote klus, met uitzicht op een langetermijnrelatie.

    Kortom: af en toe gratis werken komt mijn business echt wel ten goede.

  • Durf je (tik)fouten toe te geven

    Als je iets vaak doet op een dag, wordt de kans groter dat je een keer een foutje maakt. Uiteraard word je er wel gaandeweg steeds beter in, maar fouten horen erbij. Ook als je tekstschrijver bent. Of misschien zelfs juist als je tekstschrijver bent, omdat je de hele dag aan het typen bent.

    Fouten maken is een kwestie van kansberekening

    Stel dat je een foutpercentage hebt van 0,1%. Dan maak je dus per duizend woorden een tikfout of spelfout. Op een gemiddelde dag schrijf je als tekstschrijver toch al gauw 5.000 woorden. Met een foutpercentage van 0,1% zou je dan dus vijf fouten maken met een foutpercentage van 0,02% dus eentje.

    Terwijl als je vooraf tegen een nieuwe klant zou zeggen dat je een foutpercentage hebt van 0,02%, dan klinkt dat echt alsof het vrijwel nul is. Dat is het in feite ook. Maar het wordt wel een lullig gesprek met je opdrachtgever wanneer je die ene fout net maakt op een cruciale plek in de tekst.

    Ja, ook ik maak fouten

    Helaas heb ik nooit uitgerekend wat mijn foutpercentage is en daar ben ik nu eigenlijk wel benieuwd naar. Ik lees wel mijn teksten na voordat ik ze naar mijn klanten stuur, maar over bepaalde fouten lees je gewoon heen. Daardoor gebeurt het mij ook wel eens dat ik feedback krijg waarvan ik denk: “Wat stom, dat had ik moeten zien!” Ach ja, we zijn geen van allen perfect.

    Het is me wel eens overkomen dat ik een fout pas signaleerde toen hij al lang online stond. Dat betekent dus ook dat niemand bij mijn opdrachtgever de fout heeft gezien en dat ze er ook geen verbolgen mails over hebben gehad van hun klanten. Dat helpt ook wel om eventueel perfectionisme te relativeren. Zo belangrijk is het nu dus ook weer niet allemaal…

    Een pijnlijk online voorbeeld uit de praktijk

    Naast spelfouten zijn er nog veel meer fouten die je kunt maken. Bijvoorbeeld door als opdrachtgever te vertrouwen op een partij die minder goed werk levert dan ze je vooraf voorschotelden. Hier hoor ik vaak verhalen over op marketing-, SEO- en webdevelopmentgebied. Maar in deze sectoren kun je niet zomaar even een kleine proefopdracht doen, zoals ik altijd voorstel aan nieuwe klanten.

    Een schrijnend voorbeeld uit de praktijk: een commerciële partij die vooral zakendoet met particulieren had een nieuwe website laten maken voor € 30.000. Na oplevering vroeg een maatje van me, die daar werkte, om eens te analyseren waarom ze ineens geen leads meer uit hun site haalden. Ik maakte een lijstje met punten (dat vrij lang werd) en adviseerde dan ook om de oude site (al dan niet tijdelijk) weer terug te zetten. Want die heeft zichzelf immers bewezen in het verleden. De eigenaar van het bedrijf dacht daar anders over, omdat hij nu al zoveel geïnvesteerd had.

    Zo zie je maar dat het voor sommigen toch best moeilijk blijft om fouten toe te geven.

  • Het bewijs dat radio- en buitenreclame werken

    Ken je de radiocommercials en/of abri’s van Plankton Pannenkoek? Dat was dus geen echt product, maar een test van Qmusic en JCDecaux. De test mag zeker een succes genoemd worden, want de resultaten tonen aan dat radio en buitenreclame elkaar versterken. Al na één week herinnerde 39% van de Nederlanders zich de campagne, genereerde het tot dan toe onbekende product 9% merkbekendheid en werd de website door meer dan 30.000 mensen bezocht.

    Zelfs ik heb de campagne gezien!

    Ik luister nooit naar de radio, maar ik kom wel af en toe buiten. De abri’s van Plankton Pannenkoek heb ik dan ook opgemerkt en ik vroeg me inderdaad af wat dit was. Noem het beroepsdeformatie, maar ik let door mijn werk als copywriter altijd extra goed op uitingen als ik onderweg ben. Misschien ben ik dan ook niet de gemiddelde doelgroep. Toch was ik lang niet de enige die de campagne opmerkte.

    Uit het persbericht:

    Bart de Vries, Commercieel Directeur JCDecaux: “De communicatieve en commerciële kracht van de gecombineerde inzet van buitenreclame en radio is ongeëvenaard: met een abricampagne zorg je in een week tijd voor een enorme bekendheid, die door radio wordt versterkt. De case met de Plankton Pannenkoek bewijst dit maar weer eens, want in 1 week een merkbekendheid geven van 9% aan een product dat niemand kent en dat nergens te koop is, is echt jaloersmakend.”

    Harde data helpen

    Dankzij dit onderzoek heb ik in ieder geval harde data om mijn advies aan klanten te ondersteunen om te kiezen voor radio- en buitenreclame in combinatie met elkaar.

    Uit het persbericht:

    Slechts na 1 week wist het niet bestaande merk Plankton Pannenkoek al grote bekendheid te genereren. Uit onderzoek van Mindshare blijkt dat maar liefst 39% van Nederland herinnert de campagne te hebben gezien en/of gehoord. Onder degenen die in contact zijn gekomen met zowel radio als buitenreclame is dat zelfs 52%. In één week tijd heeft het tot dan toe onbekende merk een merkbekendheid van 9% gerealiseerd. Onder degenen die in contact zijn gekomen met zowel radio als buitenreclame is dat zelfs 16%. Daarnaast telde de website planktonpannenkoek.nl de eerste week al ruim 30.000 unieke bezoekers. Doordat het om een fictief product gaat weten we dat de gevonden effecten volledig aan de media-inzet toe te schrijven zijn.

    Voor alle communicatiecollega’s die overal een businesscase voor moeten indienen om vooraf het succes van een campagne-idee al te bewijzen: doe er je voordeel mee!

  • Coronaspoed is toch best goed

    We kennen allemaal het spreekwoord over haastige spoed. Het deel dat volgt, ‘is zelden goed’, geeft al aan dat er uitzonderingen zijn. Deze coronatijd is een uitzondering, heb ik gemerkt. Waarom dat is, leg ik graag uit.

    1.     Iedereen is op zoek naar zekerheid

    Het zijn onzekere tijden. Door duidelijk te communiceren hoe je bedrijf functioneert met de coronamaatregelen, bied je zekerheid. Zeker als je uitlegt dat je nog steeds prima bereikbaar bent op afstand, of met minimaal anderhalve meter ertussen wanneer het om fysieke bereikbaarheid gaat.

    2.     Nieuwe ideeën wil je snel verspreiden

    Ik ken veel ondernemers die werkzaam zijn in sectoren die door het coronavirus ineens hun omzet zagen wegvallen, zoals horeca en evenementen. Maar dat betekent niet dat zij stilzitten. Er worden in no-time nieuwe ideeën bedacht om omzet mee te behalen of businessmodellen worden aangepast met dezelfde reden. Maar dat moet je dan wel laten weten aan de buitenwereld.

    Het spreekt voor zich dat deze ondernemers met spoed willen communiceren. De afgelopen weken heb ik dan ook voor een aantal van deze klanten aan teksten gewerkt over nieuwe initiatieven en concepten. Ook op conceptueel gebied mocht ik bijdragen. Leuk om te doen!

    3.     Aan je communicatie werken voelt goed

    Een pandemie zoals we die nu beleven, en dan met name de maatregelen die overheden wereldwijd nemen, kan zorgen voor een gevoel van machteloosheid. Het is logisch dat veel ondernemers en medewerkers van bedrijven die tijdelijk niets mogen doen tóch iets willen doen. Communiceren met verschillende doelgroepen is dan een prima oplossing.

    Je merkt dat sommige bedrijven nu ineens tijd hebben om meer aandacht te besteden aan de communicatie. Eerder wilden ze het wel, maar kwam het er gewoon niet van. Nu hebben ze er tijd voor en gaan ze er helemaal voor. En dan kunnen ze ook nog eens eindelijk iets nuttigs doen voor hun bedrijf. De ideale reden om met spoed aan je communicatie te werken, toch?

    Kortom: ik snap de haast die mijn klanten hebben sinds de uitbraak van de coronacrisis en ik vind het goed dat ze zo snel mogelijk communiceren met hun klanten, prospects en andere relaties. Elk van deze drie redenen is op zichzelf al voldoende om met spoed aan de slag te gaan!

  • Weer een marketingillusie doorgeprikt

    Niet elke consument koopt een product om zich goed te voelen over zichzelf. Consumenten met een laag zelfbeeld kopen juist eerder inferieure producten, zo blijkt uit onderzoek van de Tilburgse onderzoeker Anika Stuppy. Samen met Nicole Mead (York University) en Stijn van Osselaer (Cornell University) deed zij onderzoek naar dit fenomeen.

    Zelfbeeldversterkend

    De hypothese die zij onderzochten: consumenten met een laag gevoel van eigenwaarde hebben een voorkeur voor inferieure producten, terwijl consumenten met een hoog zelfbeeld dat beeld versterken door superieure producten te kopen.

    Vijf studies die de onderzoekers uitvoerden, ondersteunden de hypothese. Dit betekent dus dat wanneer consumenten met een laag zelfbeeld mogen kiezen tussen bier van een huismerk of een premium biermerk, dan kiezen zij voor het huismerk bier. Zo bevestigen zij hun negatieve zelfbeeld. Die goedkope kapsalon, het huismerk-bier en dat slonzige restaurant vinden zij beter passen bij zichzelf, of althans: hoe ze zichzelf zien.

    Grote gevolgen voor marketing

    Stel dat we dus in onze marketinguitingen blijven proberen om consumenten bepaalde producten te laten kopen en zich goed te laten voelen over zichzelf, dan slaan we compleet de plank mis bij een doelgroep met een laag zelfbeeld. Hoe groot deze groep is, is moeilijk te zeggen. We kunnen immers niet in het hoofd van mensen kijken (oké, met hersenscans wel).

    Maar voor marketing van goedkopere of ‘laagdrempelige’ producten, doen we er als marketeers dus goed aan om juist deze eigenschappen te promoten. Die bevestigen immers het zelfbeeld van dit specifieke type consument.

    Lees het complete onderzoek in de Journal of Consumer Research.