Blog

  • SEO-tip: negeer de waan van de dag

    In SEO-land wordt elk gerucht opgeblazen tot enorme proporties. Officiële aankondigingen van Google worden tot het kleinste detail geanalyseerd. Testresultaten van grote SEO-bureaus worden direct omarmd als best practice en talloze anderen gaan het nadoen. Mijn tip: probeer je niet blind te staren op deze nicheveranderingen en focus je op de basis en het totaalplaatje.

    Over de verlengde meta description

    In december 2017 was er ineens een aankondiging vanuit Google: vanaf dat moment zouden er verlengde meta descriptions getoond worden van zo’n 320 tekens. Heel de SEO-wereld was in rep en roer, want dit was natuurlijk groot nieuws! Iedereen die serieus met SEO bezig was, ging direct aan de slag om alle meta descriptions aan te passen.

    Totdat in mei 2018 alles terug werd gedraaid en ineens de korte meta descriptions weer werden getoond. Opeens was het advies vanuit Google om tussen de 50 en 200 tekens te gebruiken. Heel de SEO-wereld was wéér in rep en roer. Want ja, alles moest nu weer terug. Het zou mij niets verbazen als er binnenkort weer een grote wijziging volgt. Bijvoorbeeld doordat Google altijd automatisch de meta descriptions zelf van de website gaat halen, zoals nu al vaak gebeurt.

    De basis van SEO-content is nog steeds onveranderd

    Techniek, content en populariteit zijn nog altijd de basisingrediënten van SEO. Inzoomend op content betekent dit: relevante informatie aanbieden aan je doelgroep op een gestructureerde en overtuigende manier. Dat is wat Google altijd al van ons wilde en nu nog steeds.

    Als we het bijvoorbeeld hebben over het belang van site speed en mobile first indexing, dan komt dat gewoon neer op het zo goed mogelijk bedienen van je bezoeker. Dat is de totaalbeleving die Google wil bieden en dat blijft dan ook altijd het uitgangspunt voor SEO.

    Hou het wel bij, maar pas het genuanceerd toe

    Natuurlijk zijn er genoeg trends die Google signaleert en waar je wél op in wilt spelen voor de toekomst. Denk daarbij bijvoorbeeld aan intentie (in welke fase van het aankoop/informatieproces zit de klant?) en voice search (specifieke zoekresultaten voor complete vragen die gesteld worden.

    Het is verstandig om dit soort ontwikkelingen goed bij te houden als je bezig bent met SEO, maar gooi niet direct al het oude weg om je blind te storten op het nieuwe heiligdom. Nuance is nuttig als je ook op langere termijn nog wilt scoren in Google.

  • Wil je geloofwaardige recensies? Betaal je klanten daar dan voor!

    Je weet best waarom recensies goed zijn voor je site en je verkoopcijfers. Klantverhalen zijn immers een mooie manier om user generated content te vergaren, omschrijvingen over je bedrijf in klantbewoordingen te ontvangen én als overtuigingsprincipe. Maar wanneer krijg je nou de meest geloofwaardige recensies? Onderzoek van de Erasmus Universiteit toont aan dat recensies geloofwaardiger worden als je de schrijver hier meer voor betaalt.

     

    Hoger bedrag = meer geloofwaardigheid

    Dr. Christilene du Plessis van Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM), heeft in haar onderzoek ontdekt dat consumenten online productbeoordelingen meer vertrouwen wanneer recensenten een hoger bedrag betaald krijgen. Klinkt gek, nietwaar? Zodra je betaalde recensies leest, zou je namelijk eerder verwachten dat het advertentieteksten lijken. Toch is dat niet zo.

     

    Sterker nog: schrijvers van recensies voelen zich meer serieus genomen wanneer ze meer betaald krijgen dan wanneer het een klein bedrag is, zoals € 0,10. Dat is een belangrijke conclusie, want steeds meer bedrijven betalen consumenten om beoordelingen te schrijven. In 2018 wordt al meer dan de helft van de recensenten op amazon.com betaald, terwijl dat in 2013 nog maar 2% was. Geen wonder, want uit eerder onderzoek blijkt dat maar liefst 92% van de consumenten online productbeoordelingen vertrouwt en ze gebruikt in het beslissingstraject.

     

    Zo was het onderzoek opgezet:

     

    Du Plessis onderzocht hoe financiële beloningen het schrijven en lezen van online productbeoordelingen beïnvloeden. In het eerste experiment van het onderzoek testten 237 respondenten een koptelefoon en schreven er een beoordeling over. Ze gaven ook aan hoe legitiem ze zich voelden in hun rol als recensent. Het bleek dat recensenten die een lage vergoeding van € 0,10 kregen, zich tijdens het beoordelen minder legitiem voelden, met als gevolg dat ze onzekerder waren over de beoordeling die ze schreven.

     

    Respondenten die een hoge vergoeding van € 10,00 kregen, of helemaal geen vergoeding, voelden zich meer legitiem als recensent en zekerder over de productbeoordeling die ze schreven.

     

    Onzekerheid waarnemen

    Du Plessis voerde toen een vergelijkbaar experiment uit op Amazon’s MTurk, één van de belangrijkste platforms waarop bedrijven betalen voor beoordelingen. In dit onderzoek testten 335 respondenten een online game en schreven er een beoordeling over. Sommigen kregen daarvoor US$ 0,10 betaald, en anderen US$ 10,00. Wederom bleek dat de recensenten die de lage vergoeding kregen, onzekerder waren over hun mening over het product dan de respondenten die de hoge vergoeding kregen.

     

    De onderzoeker wilde vervolgens weten welke invloed de onzekerheid van de recensenten had op de productbeoordelingen die hun lezers gaven. In een experiment schreven 267 respondenten een recensie over yoghurt en gaven ze aan hoe onzeker ze zich voelden over hun houding ten opzichte van het product. Vervolgens lazen 268 andere respondenten de recensies en beoordeelden de kwaliteit van de yoghurt, gebaseerd op die recensies.

     

    Respondenten die recensies lazen waarvoor een lage vergoeding was betaald, gaven lagere beoordelingen dan respondenten die recensies hadden gelezen waarvoor een hoge vergoeding, of helemaal geen vergoeding, was betaald. Lezers nemen onzekerheid van de recensent waar en beginnen dan te twijfelen aan de kwaliteit van het product, zegt Du Plessis.

     

    Nu online productbeoordelingen steeds belangrijker worden bij het voorspellen van consumentengedrag, doet het betalen van lage vergoedingen voor beoordelingen meer kwaad dan goed, zegt Du Plessis. Het is effectiever om substantieel meer, of helemaal niets, te betalen, concludeert ze.

     

    Download Du Plessis’s proefschrift hierInfluencers: The Role of Social Influence in Marketing (No. EPS-2017-425- MKT). ERIM Ph.D. Series Research in Management. Erasmus University Rotterdam.

     

  • Onderzoek bewijst: we zijn willoos overgeleverd aan reclame

    pop aan touwtjes

    En wij maar denken dat we zo rationeel zijn. Dat we ons niet zomaar laten beïnvloeden door de overduidelijke reclameboodschappen die ons proberen te verleiden tot conversie. Fout gedacht. Nieuw onderzoek van Rotterdam School of Management, Erasmus University bewijst voor het eerst dat sommige vormen van reclame bij consumenten een reactie opwekken die ze niet kunnen beheersen.

     

    Leestips op dit gebied

    Toevallig heb ik al heel wat boeken gelezen over de psychologische kant van ons vak. Daarom komt de conclusie van dit onderzoek niet echt als een verrassing voor me. Ik maak even van de gelegenheid gebruik om jullie de boeken ‘Thinking, fast and slow’ (‘Ons feilbare denken’) van Daniel Kahneman en ‘Predictably irrational’ (‘Volkomen onlogisch’) van Dan Ariely aan te raden. Ook boeken als ‘Sway’, ‘Blink’, ‘Freakonomics’ zijn leuk!

     

    Maar goed, terug naar dit onderzoek. Ik denk dat de informatie uit het persbericht alles goed uitlegt:

     

    Hoogleraren Mandy Hütter en Steven Sweldens ontwikkelden een nieuwe methode waaruit blijkt dat consumenten geen eigen, objectieve mening over een merk of product kunnen vormen als zij een advertentie zien met positieve stimuli, zoals een fraai landschap, gelukkige mensen en populaire beroemdheden.

     

    In het onderzoek van Hütter en Sweldens kregen de deelnemers onbekende merken te zien, samen met positieve of negatieve afbeeldingen. Vervolgens werden ze gevraagd naar hun mening over elk merk. Zoals verwacht, reageerden ze positiever op merken die met aantrekkelijke beelden werden geassocieerd.

     

    Maar als deelnemers de opdracht kregen, en zelfs financieel beloond werden, om hun mening te herzien, lukte dat niet volledig. Dit bewijst dat we de invloed van positieve (maar ook negatieve) stimuli op onze merkattitudes niet volledig kunnen controleren, zelfs als we daar ons uiterste best voor doen.

     

    Sweldens zegt hierover:

     

    “Dit onderzoek toont aan dat consumenten geen volledige controle hebben over de effecten van dit type reclame. Zelfs als ze die bewust proberen te veranderen, blijft de advertentie ze beïnvloeden. We moeten ons daarom ernstig afvragen of deze techniek wel ethisch is en of er strengere regelgeving nodig is, vergelijkbaar met het verbod op subliminale boodschappen. Denk daarbij vooral aan categorieën als op kinderen gerichte reclame en advertenties voor producten zoals sigaretten en alcohol.”

     

    Het is al een tijd bekend dat reclame met dit soort positieve stimuli de mening van consumenten beïnvloedt. Tot nu toe was het echter onduidelijk of, en in welke mate, consumenten die invloed konden sturen. Uit het onderzoek van Hütter en Sweldens blijkt nu voor het eerst dat een aanzienlijk deel van die invloed onbeheersbaar is, en voorkomt dat consumenten een onafhankelijke mening over een merk of product kunnen vormen.

     

    Meer weten?

    Lees het complete artikel: Mandy Hütter, Steven Sweldens; Dissociating Controllable and Uncontrollable Effects of Affective Stimuli on Attitudes and Consumption, Journal of Consumer Research, ucx124

  • Tip van de trainer: inspireer eens iemand!

    Zoals jullie ongetwijfeld weten, geef ik regelmatig workshops bij organisaties die wel wat hulp kunnen gebruiken op contentgebied. Daar leer ik zelf ook regelmatig dingen bij, waardoor het erg leuk blijft om te doen. Eén van die leermomenten vond afgelopen week plaats, toen ik merkte dat ik door mijn ervaring en creativiteit heel eenvoudig mensen inspireer. Hier twee voorbeelden.

    De ideeën zijn er wel, maar je moet ze willen zien

    Of het nu gaat om bloggen of posts op social media, ik heb altijd ideeën. Over welk onderwerp dan ook. Tijdens workshops vind ik het leuk om deelnemers te laten zien dat zij zelf ook heel veel ideeën hebben hiervoor. Ze hebben het alleen nog niet altijd door.

    Afgelopen week heb ik ook weer bloginspiratie gehaald uit de dingen die de deelnemers zeiden aan tafel. Dat zijn dan vaak dingen waar ze zelf verder niet over nadenken, maar waar ik echt wel kansen in zie. Bij een deelnemer was dat bijvoorbeeld de kopregel ‘Dat lastige stukje van de Aanbestedingswet’, zoals hij het letterlijk benoemde toen hij beschreef waar hij over zou willen bloggen. Toch zag hij in die zin zelf nog niet direct een titel voor een blog. Ik heb gemerkt dat deelnemers het heel fijn vinden als ze op zo’n manier geïnspireerd worden.

    “Ja, dat zouden we moeten doen!”

    Een bepaalde deelnemer was nog niet echt overtuigd van het nut van bloggen. Dat snapte ik wel, want hij zag vooral concurrenten allerlei nietszeggende stukken publiceren. Maar toen hij gepassioneerd vertelde waarin zijn bedrijf uniek was, écht anders dan anderen, wist ik genoeg. Hij had zojuist bewezen dat hij juist alle reden had om te gaan bloggen.

    Toen hij was uitgepraat, heb ik hem gevraagd of hij zich graag zou willen afzetten tegen de concurrentie. Dat wilde hij wel. Nadat ik had uitgelegd dat hij dan juist zou moeten gaan bloggen over de onderwerpen die hij zo gepassioneerd had benoemd, omdat niemand anders dat zo geloofwaardig zou kunnen doen, gaf hij me gelijk: “Ja, dat zouden we moeten doen!”

    Dat vind ik zo mooi aan de workshops die ik geef: de deelnemers hebben vaak al heel wat creatieve bagage in zich. Ze weten het alleen nog niet. Nou, daar help ik ze graag bij!

  • Hoe ga je met je SEO-copyvraagstukken om?

    Het komt vaak voor dat ik vragen krijg over SEO-copy omdat mijn klanten zich er niet echt raad mee weten. Aangezien ik nooit verlegen zit om een potje advies, leg ik ze dan graag uit hoe ik het zou aanpakken. In deze blogpost zet ik wat concrete vragen en antwoorden op een rij.

    Minder copy, maar toch blijven ranken

    Dit is een vraag die mij heel vaak gesteld wordt: hoe kunnen we onze pagina’s lekker kort en bondig houden, maar toch blijven ranken in Google? Tja, dat is eigenlijk hetzelfde als minder je mond open trekken, maar toch zeker willen weten dat je gehoord wordt door anderen…

    Toch kán het wel degelijk. Het is alleen afhankelijk van wat je concurrenten doen op dit gebied. Als die allemaal wel uitpakken met uitgebreide en relevante contentpagina’s, dan is de kans klein dat je ze gaat verslaan.

    Is de concurrentie laag, dan kun je nog wel wat bereiken op SEO-gebied. Zorg er dan in ieder geval voor dat je meta titles, meta descriptons (geen rankingfactor, maar wel belangrijk voor de CTR) en de H1/H2’s op de pagina goed zijn. Dan ben je al een heel eind.

     

    Contentpagina’s schrappen, en dan?

    Oké, ik snap dat bedrijven geen superingewikkelde sitemaps meer willen. Logisch, want daar zitten de bezoekers van je site ook niet op te wachten. Maar wat doe je als je wel traffic binnenhaalt met de pagina’s die je nu wilt schrappen?

    Daar kun je toch nog wel een oplossing voor vinden. Denk bijvoorbeeld eens aan andere plekken op je site waar je deze content toch nog kunt inzetten. FAQ-pagina’s en blogs zijn daar heel geschikt voor. Dat is een kwestie van de nieuwe pagina aanmaken, een 301-redirect op de oude pagina zetten en klaar ben je. Iedereen wint!

     

    Denk ook aan links en techniek

    Tot slot heb ik nog steeds het idee dat veel mensen denken dat SEO-copy wonderen kan verrichten. Terwijl het toch echt afhankelijk is van de totale mix aan rankingfactoren hoe goed je scoort in Google.

    Dat betekent dat je ook echt wel aandacht moet besteden aan de techniek (sitespeed, indexeerbaarheid van de code, servereigenschappen, etc.) en aan linkbuilding. Zonder die elementen ga je het nooit winnen van de concurrenten.