Categorie: Short copy

Alles wat te maken heeft met korte teksten. Short copy zie je vaak terug in advertenties, maar ook op verpakkingen, flyers en elk ander medium waar je in het kort je boodschap moet overbrengen. Met goede short copy kun je heel wat bereiken.

  • Hoe een negatief punt je positieve respons kan opleveren

    AvisFirstAd

    Niemand wil graag bedonderd worden. Daarom is het goed om eerlijk te zijn in je communicatie. Ook als dat betekent dat je een negatief punt moet toegeven over je merk of product. Uiteindelijk kan dat je namelijk heel veel positieve respons opleveren!

    Het zit niet in onze aard om iets negatiefs toe te geven. Positief denken is meestal het motto. Toch is het toegeven van een negatief punt een zeer effectieve methode in copywriting. Het geeft direct een nieuwe draai aan je positionering. Kijk eens naar deze voorbeelden:

    ‘Avis is only No. 2 in rent-a-cars.’

    ‘With a name like Smucker’s, it has to be good.’

    ‘The 1970 VW will stay ugly longer.’

    ‘Joy. The most expensive perfume in the world.’

    ‘Listerine. The taste you hate twice a day.’

    Eerlijk zijn ze, hè? En allemaal geven ze je een betrouwbaar en menselijk gevoel. Hoe komt dat?

    AvisButt

    Negatieve punten zorgen voor geloofwaardigheid
    Het heeft vooral te maken met het feit dat ieder bedrijf altijd alleen maar uiterst positieve dingen over zichzelf roept. Zodra je dus voor de verandering een reclametekst leest met een negatieve insteek, ben je direct geneigd om de adverteerder te geloven. Dat is absoluut niet het geval wanneer je de zoveelste positieve advertentietekst leest. Positieve USP’s moet je namelijk bewijzen. Negatieve niet. Bovendien valt een negatieve insteek juist op in de brei van positieve berichten. Je krijgt er dus sowieso meer aandacht mee.

    Maar negatieve woorden waren toch slecht?
    Ik weet het, ik heb eerder gezegd dat negatieve woorden slecht zijn. Het verschil met de genoemde voorbeelden is dat het gaat over negatieve punten die al bekend zijn bij de doelgroep. Volkswagens werden destijds door veel mensen als lelijk bestempeld en Joy was een dure parfum. Wat je dus eigenlijk doet is de waarheid vertellen. En als die waarheid negatief is, is het dus jouw doel om daar een positieve draai aan te geven.

    De achterliggende gedachte
    Even een korte uitleg voor de genoemde voorbeelden:

    ‘Avis is only No. 2 in rent-a-cars.’
    Hertz was de onbetwiste marktleider in huurauto’s, dus Avis zette zichzelf neer als de nummer 2 om te laten zien dat zij harder hun best deden. Ze wilden immers graag marktleider worden.

    ‘With a name like Smucker’s, it has to be good.’
    De familie Smucker lacht graag om hun eigen naam door te suggereren dat zelfs deze afschuwelijke merknaam mensen er niet van weerhoudt om hun jam te kopen.

    ‘The 1970 VW will stay ugly longer.’
    Oké, je vindt onze Volkswagens lelijk. Maar ze gaan tenminste wel een stuk langer mee dan andere auto’s!

    ‘Joy. The most expensive perfume in the world.’
    Als mensen bereid zijn om zo veel geld te betalen voor een klein flesje parfum, dan moet het wel goed spul zijn!

    ‘Listerine. The taste you hate twice a day.’
    Toegegeven, Listerine smaakt vies. Maar juist omdat het smaakt als een schoonmaakmiddel, MOET het wel al die bacteriën in je mond doden. En dus gebruik je het gewoon twee keer per dag.

    AvisCan

    Dus: leeft er een negatief vooroordeel over je merk of product?
    Doe er je voordeel mee!

  • Ik zeg maar zoo, da’s korter dan dierentuin

    Copy-collega René Greve vroeg mij onlangs om een quote in te sturen voor zijn gratis e-book ‘107 Inspirerende Quotes‘. Mijn bijdrage bestond uit de niet door mij verzonnen quote ‘Ik zeg maar zoo, da’s korter dan dierentuin‘. Een grappige oneliner tussen de serieuze quotes, maar er zit wel degelijk een gedachte achter. Die gedachte is ZKM.

    zoo

    ZKM = Zo Kort Mogelijk
    Ik hou niet van gelul in de ruimte. Zeg maar gewoon wat je bedoelt, want dat doe ik ook. Voor online copy is dit een must, want de bezoeker wil direct lezen waarvoor hij op je pagina komt. Zo werkt dat bij de mp3-generatie. Denk daarom altijd aan het credo ZKM en houd de tekst zo kort mogelijk.

    1. Bepaal de hoofdboodschap van je tekst.
    2. Zeg duidelijk en direct wat je bedoelt.
    3. Schrap overbodige zinnen en woorden.

    Nu kan ik nog veel meer woorden gebruiken om door te gaan op dit onderwerp, maar ik heb mijn boodschap al duidelijk genoeg verwoord, lijkt me. Einde blogpost!

  • Gebruik positieve associaties in je copy

    Hier nog een mooi voorbeeld van hoe je een zakelijk product (een huis) kunt verkopen als een warm gevoel (een thuis):

    We zullen ons thuis missen. We zijn er gelukkig in geweest, maar twee slaapkamers zijn niet meer voldoende, dus we moeten verhuizen. Houdt u van gezellig bij het vuur zitten en door brede vensters de herfst in de bossen te bewonderen? Houdt u van een beschaduwde binnenplaats in de zomer, uitzicht op zonsondergangen in de winter en voldoende rust om in het voorjaar de kikkers te horen? Stelt u prijs op de faciliteiten van de stad? Dan is ons thuis wellicht iets voor u. We moeten er niet aan denken dat ons thuis leeg en verlaten is met Kerstmis…

    Deze advertentie werd geschreven door een huisvrouw in New Jersey die na drie maanden haar huis nog steeds niet had verkocht. Zij dacht dat het lag aan de standaardadvertentie van de makelaar (‘Gezellig huis met zes kamers, in de stijl van een ranch met open haard, garage, betegelde garage…’).

    Ze had gelijk. De dag nadat ze deze advertentie had geplaatst, werd ze gebeld door zes serieuze gegadigden. Een van hen kocht het huis. Eh… thuis.

    Hoe komt dat? Omdat de tekst aangeeft dat er niets mis is met het huis. Voor de huidige bewoners werd het alleen te krap. Maar ze gaan weg met pijn in hun hart. Het blijft toch hun thuis.

    Allemaal positieve associaties die de verkoop bevorderen.

  • Doelgroepbenadering: elk kind kan het!

    Ons zoontje Jasper is nu ruim 2,5 jaar. En hij snapt als geen ander wat elke marketeer en copywriter zou moeten snappen: dat je verschillende doelgroepen op verschillende manieren moet benaderen.

    Jasper weet precies hoe hij mij moet bespelen om iets van me gedaan te krijgen. Of het nu gaat om een BiBaBoerderij-koekje of om een Bob de Bouwer-DVD die hij wil zien. Ook al geef ik natuurlijk niet altijd toe, toch twijfel ik op zijn minst of ik hem zijn zin zal geven.

    Als hij iets van zijn moeder gedaan wil krijgen, probeert hij dat op een heel andere manier dan bij mij. Net zoals hij zich anders gedraagt wanneer hij met opa’s, oma’s, ooms en tantes te maken heeft. Hij weet gewoon dat er verschillende benaderingen nodig zijn voor verschillende doelgroepen.

    Heel web 2.0 dus van onze peuter: denk zoals je doelgroep denkt en spreek ze op de juiste manier aan. Dat is voor elke marketeer en copywriter de enige manier om te scoren.

    Ik voorzie een mooie toekomst voor onze Jasper…

  • Hoe bepaal je wat absoluut in een tekst moet?

    Iedereen kent het probleem: je wilt heel veel vertellen, maar je hebt zo weinig ruimte. Zeker voor online copy geldt dat vaak. Om te bepalen wat er absoluut in je tekst moet komen te staan, kun je gebruik maken van de MoSCoW-methode.

    Eigenlijk wordt de MoSCoW-methode vooral gebruikt door techneuten, maar voor copywriters is hij ook zeer geschikt. Via deze methode prioriteer je bepaalde eigenschappen en geef je dus een volgorde aan. De letters M, S, C en W staan voor de volgende begrippen:

  • Must have this – deze eis moet in het eindresultaat terugkomen;
  • Should have this if at all possible – deze eis is zeer gewenst, maar een vergelijkbare eigenschap is ook goed genoeg;
  • Could have this if it does not affect anything else – deze eis mag alleen aan bod komen als er tijd genoeg is;
  • Would like to have but won’t have this time around – deze eis zal nu niet aan bod komen maar kan in de toekomst interessant zijn.
  • Van M tot en met W bepaal je zo de belangrijkheid van de elementen die je als input hebt meegekregen.

    Ik zal ze even vertalen naar een copyvariant:

  • Must have this – deze USP moet in de tekst terugkomen;
  • Should have this if at all possible – deze eigenschap moet eigenlijk ook genoemd worden, maar alleen als er genoeg ruimte is;
  • Could have this if it does not affect anything else – als er ruimte genoeg is, mag deze eigenschap ook genoemd worden;
  • Would like to have but won’t have this time around – misschien kun je een andere keer schrijven over deze eigenschap.
  • Uiteraard zorg je dat alle USP’s (de M-elementen) altijd in je tekst voorkomen. Daarna is het afhankelijk van de ruimte die je hebt en kun je op basis daarvan kijken in hoeverre je de S- en C-elementen nog in de tekst kunt verwerken.

    Mocht je er zelf niet goed uitkomen bij het prioriteren, vraag dan je opdrachtgever om de elementen te rangschikken op belangrijkheid.